De liefde voor dieren is me niet met de paplepel ingegoten. In ons rijtjeshuis stond een vissenkom op het dressoir met een paar guppies erin. We keken er niet van op wanneer ze, na 2 weken zomervakantie in Zeeland, waren vervangen omdat deĀ buurvrouw het niet was gelukt ze in leven te houden.
Ook werd er geen traan gelaten om de wandelende takken die zonder pardon naar buiten werden gebonjourd, toen ze op een blauwe maandag over het behang liepen.
Afscheid nemen van het konijn (zonder naam), dat jarenlang in een veel te klein hok had gezeten, was even slikken. De dampen van een zondagse barbecue, hadden haar de das omgedaan. Haar opvolger heb ik in een schoenendoos terug naar de fokker gebracht omdat hij in mijn gezicht sproeide wanneer ik zijn hok schoonmaakte.
Ruim twintig jaar geleden zag ik voor het eerst het verdriet bij het afscheid van Amber, de Golden retriever van mijn schoonouders. Ik stond er onwennig naast en was verbaasd over de impact van het verlies van een huisdier. Ik wist niets van een hechte vriendschap die je met huisdier kon hebben.